20-06-2016: Bedrijfseconomische reden voor ontslag?

Een bedrijf dat van het UWV toestemming krijgt om een medewerker te ontslaan, moet van de rechter de man weer aannemen. De financiële noodzaak van het ontslag is onvoldoende onderbouwd.

De situatie

Een medewerker bij een stichting voor doofblinden wordt per 1 november 2015 ontslagen vanwege bedrijfseconomische redenen. De stichting had daarvoor toestemming gekregen van het UWV. Eerder had de stichting ook al twee medewerkers en een directeur laten gaan om dezelfde reden. Maar de werknemer vindt dat er helemaal geen financiële noodzaak is om hem te ontslaan. Hij vindt ook dat de stichting niet heeft onderbouwd waarom zijn functie moet vervallen. En ondanks zijn zwakke arbeidsmarktpositie – de werknemer is doofblind – heeft de stichting ook geen pogingen gedaan om hem te begeleiden of te ondersteunen bij het vinden van ander werk.

Bij de rechter

De werknemer stapt naar de rechter en vordert herstel van zijn arbeidsovereenkomst. Hij meent dat er geen redelijke grond voor de opzegging is.

Het oordeel

De rechter stelt de werknemer in het gelijk en herstelt de arbeidsovereenkomst per de eerstvolgende werkdag.

Het staat de stichting vrij om in te grijpen als dat financieel noodzakelijk is, oordeelt de rechter, maar de stichting moet wel kunnen uitleggen waarom het noodzakelijk is om die functie te laten vervallen.

Financiële noodzaak niet aanwezig

De rechter oordeelt dat de stichting haar financiële onvermogen om de werknemer in dienst te houden niet voldoende heeft onderbouwd. Er is een fors negatief eigen vermogen maar door positieve resultaten in de afgelopen jaren was dat aan het afnemen. Weliswaar was dat positieve resultaat in het afgelopen jaar minder groot, maar wat de reden daarvan is, heeft de stichting niet inzichtelijk gemaakt. Een verdere financiële teruggang in de toekomst, bijvoorbeeld door subsidies die op de tocht staan, is ook niet onderbouwd.

Functie kan eenvoudig geschrapt worden

De stichting is van mening dat ze terecht de functie van deze medewerker schrapte: zijn werkzaamheden stijgen uit boven het doel van de stichting. Maar de werknemer voert aan dat hij de laatste tijd pr-werkzaamheden deed, en juist dat werk is in de toekomstverwachting als belangrijk gekwalificeerd. De werkzaamheden die hij uitvoerde voor zijn ontslag bestaan nog steeds. Dat ze inmiddels door vrijwilligers worden uitgevoerd, maakt de zaak niet anders.

Herstel arbeidsovereenkomst: geen terugwerkende kracht

De rechter ziet geen reden voor herstel van de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht, mede omdat de stichting een gesubsidieerde instelling is. De werkgever moet wel de inkomsten van de werknemer aanvullen. De werknemer heeft na zijn ontslag een uitkering ontvangen en de werkgever moet die aanvullen tot de hoogte van het gebruikelijke loon. De werknemer voert nog aan dat hij ook pensioenschade heeft geleden. De rechter stelt vast dat de werknemer bij zijn ontslag een transitievergoeding heeft gekregen en die is bedoeld ter compensatie van de kosten van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, waaronder ook het gemiste pensioen. Die transitievergoeding hoeft bij herstel van de overeenkomst niet te worden terugbetaald.

Bron: P&O actueel. Gegevens rechtszaak: ECLI:NL:RBAMS:2016:2601.

 20-06-2016: Bedrijfseconomische reden voor ontslag?